Regeling Beleggen, lenen en derivaten 2016

De regeling voor beleggen en belenen die stamt uit 2010 is in 2016 vernieuwd. De nieuwe regeling geldt voor alle beleggingen, leningen en derivaten die vanaf 1 juli 2016 zijn aangegaan.

Wat zijn de belangrijkste wijzigingen in de regeling beleggen, lenen en derivaten 2016?

De nieuwe regeling beleggen, lenen en derivaten wijkt op een aantal punten af van de oude regeling. De belangrijkste wijzigingen zijn:

  1. Producten kunnen worden afgenomen bij financiële instellingen die minimaal een A-rating hebben. Er wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen kort durende en lang durende beleggingen. De ratingeis is dus versoepeld ten opzichte van de oude regeling (minimaal AA-).
  2. Er is nu expliciet vermeld (artikel 7) dat onderwijsinstellingen geen leningen mogen verstrekken aan derden, personeel of andere instellingen en organisaties, tenzij die lening van toepassing is voor het uitvoeren van de wettelijke taak van de instelling en binnen het doel van de organisatie past.
  3. Er wordt onderscheid gemaakt tussen professionele beleggers en niet-professionele beleggers. De niet professionele beleggers worden meer beschermd, onder andere door een uitgebreide informatie- en zorgplicht. Onderwijsinstellingen in het primair en voortgezet onderwijs vallen per definitie onder de groep niet-professionele beleggers.
  4. De mogelijkheid om derivaten te gebruiken wordt beperkt tot derivaten die tot doel hebben opwaartse renterisico’s te beperken, daarnaast mogen zogenaamde rentecaps (maximale rente) en payer swaps (ook ter indekking van een rentestijging door een vaste rente te betalen en een variabele rente te ontvangen).

In het jaarverslag moet (zoals al het geval was) verantwoording afgelegd worden over het gevoerde treasurybeleid.

Spaarrekeningen vallen ook onder de regeling beleggen, lenen en derivaten 2016

Omdat een spaarrekening gezien moet worden als een rekening voor middelen die tijdelijk niet benodigd zijn om aan de lopende financiële verplichtingen te voldoen, vallen ook spaarrekeningen onder de regeling (ook al blijkt dit niet duidelijk uit de tekst van de nieuwe regelgeving). Onderwijsinstellingen die helemaal geen beleggingen of spaarrekeningen hebben hoeven ook geen treasurystatuut te hebben. In de praktijk zal dat, zo verwachten wij, nagenoeg niet voorkomen.

Overgangsregeling

Voor alle beleggingen of leningen die een onderwijsinstelling al had vóór 1 juli 2016 blijft de oude regeling geldig. Als uw instelling op 1 juli een belegging, lening of derivaat had, maar nog geen treasurystatuut had opgesteld, dan heeft u volgens de regeling nog tot 1 oktober 2016 de tijd om hier voor te zorgen.

Johan Dekkers

Johan Dekkers

Wilt u reageren of meer informatie?