Risicoanalyse Samenwerkingsverbanden (SWV) Passend Onderwijs

Na de invoering van de wet Passend Onderwijs zijn er in de afgelopen periode veel nieuwe samenwerkingsverbanden (swv) ontstaan. De taak van de samenwerkingsverbanden is anders dan voorheen. Deelnemende scholen in het samenwerkingsverband lopen een (financieel) risico als het swv haar zaken niet op orde heeft en tegen tekorten aanloopt. Steeds meer samenwerkingsverbanden zijn daarom bezig om de risico’s, die samenhangen met de nieuwe setting, in beeld te brengen. Dat roept een aantal vragen op. Op een aantal van deze vragen gaan wij in dit artikel graag nader in.

Zijn de risicogebieden voor onderwijsinstellingen ook van toepassing op een Samenwerkingsverband Passend Onderwijs?

Voor een risicoanalyse bij een Samenwerkingsverband Passend Onderwijs moet vooraf goed nagedacht worden over de risicogebieden die geïdentificeerd kunnen worden. De Commissie Vermogensbeheer Onderwijsinstellingen (ook bekend als de Commissie Don) heeft in 2009 een rapport uitgebracht dat onder andere ingaat op de risicogebieden die voor onderwijsinstellingen onderkend kunnen worden. Deze risicogebieden sluiten niet altijd goed aan bij de risico’s die een samenwerkingsverband loopt. Ook tussen de verschillende samenwerkingsverbanden kunnen grote verschillen zitten in de risicogebieden die actueel zijn. Het is bijvoorbeeld van belang of hetswv eigen personeel in dienst heeft of niet. De vraag of het samenwerkingsverband al dan niet een vereveningsdoelstelling opgelegd heeft gekregen is eveneens van belang.

Let op! Denk vooraf goed na over de risicogebieden die voor het samenwerkingsverband te onderkennen zijn.

Ligt het risico bij het samenwerkingsverband of bij de deelnemende scholen?

Een belangrijke vraag die gesteld moet worden is waarhet risico dat geïdentificeerd ligt. Bij het samenwerkingsverband l of primair bij de deelnemende schoolbesturen.. Als voorbeeld kan het risico genoemd worden van het niet halen van de vereveningsdoelstelling. Dit risico lijkt een risico te zijn van het samenwerkingsverband, maar is juist een risico dat in eerste instantie bij de deelnemende schoolbesturen opgenomen dient te worden. Zij worden immers gekort op de lumpsum bekostiging als het samenwerkingsverband haar vereveningsdoelstelling niet haalt.

Tip! identificeer eerst het risico en beoordeel vervolgens waar het risico zich openbaart. Indien dat bij de deelnemende scholen blijkt te zijn, dient het ook daar terug te komen in de risicoanalyse.

Is de kapitalisatiefactor een kengetal dat toepasbaar is op samenwerkingsverbanden?

De risicoanalyse heeft een relatie met de kapitalisatiefactor. De bufferreserves uit de kapitalisatiefactor zijn namelijk te relateren aan de noodzakelijke reserves die voortkomen uit de risicoanalyse. Bij onderwijsinstellingen wordt de kapitalisatiefactor gehanteerd als een indicator om te kunnen beoordelen of er mogelijk sprake is van overtollige middelen. Een swv  is echter heel anders gefinancierd dan een onderwijsinstelling en ook de kostenstructuur zit heel anders in elkaar. Daardoor is naar onze mening de kapitalisatiefactor minder van toepassing op samenwerkingsverbanden dan op reguliere onderwijsinstellingen. Het is wel van belang dat de noodzakelijke bufferreserve, die blijkt uit de risicoanalyse, ook tot uitdrukking wordt gebracht in het vermogen van het samenwerkingsverband (als bestemmingsreserve).

Wat zijn verder de aandachtspunten voor het uitvoeren van een goede risicoanalyse?

Een goede risicoanalyse zou een vaste plaats moeten krijgen in de planning- en controlcyclus van het samenwerkingsverband en daarmee geen document op zich moeten worden dat in een lade van het bureau verdwijnt. Dat kan bewerkstelligd worden door meerdere personen uit de organisatie te betrekken bij de totstandkoming van de risicoanalyse. Hoe u een goede risicoanalyse maakt, kunt u hier lezen.

Marc Heijligers

Marc Heijligers

Wilt u reageren of meer informatie?