Bezoldiging topfunctionarissen zonder dienstbetrekking onder de nieuwe WNT (WNT-2)

In ons artikel van 10 december 2015 hebben wij u op de hoogte gebracht van de gevolgen van het in werking treden van de nieuwe WNT voor onderwijsinstellingen per 1 januari 2016. In dit artikel gaan we in op de gevolgen voor topfunctionarissen die niet in dienstbetrekking zijn bij de onderwijsinstelling, bijvoorbeeld interim-bestuurders.

Hoe zag de oude WNT-regeling voor interim-bestuurders er uit?

Tot 1 januari 2016 gold dat de bezoldiging van topfunctionarissen die niet in dienstbetrekking waren aan de WNT-norm diende te voldoen indien in een periode van 18 maanden, de functie meer dan 6 maanden vervuld werd. De normering voor bezoldiging gold dan met terugwerkende kracht naar dag één van de vervulling van interim functie. Voor kortdurende interim-functies (minder dan zes maanden) gold dus géén maximumnorm.

Wat wordt de nieuwe nomering voor bezoldiging interim-bestuurders per 1 januari 2016?

Per 1 januari 2016 wordt er een normering voor bezoldiging ingevoerd voor interim-bestuurders. Deze norm bestaat uit verschillende componenten en geldt voor de eerste twaalf maanden waarin de interim-functie wordt uitgevoerd. De bezoldigingsnorm wordt:

  • Maximum uurtarief: € 175 per uur.
  • Maximum bezoldiging gedurende de eerste zes maanden van de functie: € 24.000 per maand.
  • Maximum bezoldiging gedurende de tweede zes maanden van de functie: € 18.000 per maand.

Let op! Als de interim-functie voor 12 maanden wordt aangegaan mag u het totaal bedrag van de toegestane vergoeding (6 x € 24.000 + 6 x € 18.000 = € 252.000 excl. BTW) vrij verdelen over de duur van de overeenkomst. Als de overeenkomst echter vroegtijdig beëindigd wordt, moet u wel beoordelen of de vergoeding niet te hoog is geweest gedurende de uiteindelijke looptijd.

Let op! Vooral bij parttime functies dient u rekening te houden met het maximum uurtarief.

Welke kosten dienen er meegeteld te worden in de bepaling van de hoogte van de bezoldiging?

Alle kosten die gemaakt worden voor de uitoefening van de interim-functie dienen meegenomen te worden bij de bepaling van het maximum bedrag. Daaronder vallen bijvoorbeeld ook vergoedingen aan een eventuele tussenpersoon of detacheringsbedrijf (eenmalig of terugkerend), vergoedingen voor bureaukosten, het gebruik van een leaseauto, of andere kosten die niet onbelast vergoed mogen worden. Onderbouwde onbelaste onkostenvergoedingen en een reiskostenvergoeding van € 0.19 per kilometer vallen dus niet onder de bezoldiging. Ook de BTW die mogelijk in rekening gebracht dient te worden door de interim-bestuurder valt niet onder de bezoldiging.

Let op! Bepaal vooraf goed of u alle kosten die met de invulling van de interim-functie gemoeid zijn, heeft meegenomen in de bepaling van de totale vergoeding. Het maakt daarbij niet uit dat een bepaald deel van deze kosten mogelijk niet aan de interim-bestuurder zelf, maar aan bijvoorbeeld het detacheringsbedrijf, betaald zijn.

Wat gebeurt er na de eerste twaalf maanden waarin de interim-functie is uitgeoefend?

Als de eerste twaalf maanden van de interim-functie zijn verstreken, geldt vanaf de dertiende maand de reguliere maximum bezoldiging volgens de nieuwe WNT. Dat houdt in dat de interim-functionaris dan bezoldigd mag worden conform de berekening van de complexiteitsklasse waar de onderwijsinstelling onder valt. Daarover kunt u meer lezen in ons artikel van 10 december.

Let op! voor de bepaling van het moment waarop de dertiende maand aanvangt geldt dat bij een interim-functie, die aangevangen is halverwege of tegen het einde van een maand, die eerste maand als volledige maand meetelt.

Geldt er in de WNT-2 een overgangsregeling voor interim-functies die al in 2015 zijn aangegaan?

Interim-functies die in 2015 (of eerder) zijn aangevangen  en die daarmee onder oude regelgeving vielen, kunnen in bepaalde gevallen onder een overgangsregeling vallen. Dat geldt specifiek voor de volgende situaties:

  1. Er een interim-overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd die is aangevangen vóór 1 januari 2016 (of voor de datum waarop het besluit is gepubliceerd), waarbij een hogere vergoeding is afgesproken dan volgens de WNT-2 is toegstaan per 1 januari 2016. Het overgangsrecht bepaalt dan dat deze hogere vergoeding (mits deze aan de oude regelgeving voldeed) van toepassing blijft voor maximaal vier jaar (in de meeste gevallen tot janauri 2020). Vervolgens dient de bezoldiging in drie jaar afgebouwd te worden tot de dan geldende WNT-norm.
     
  2. Er een interim-overeenkomst is aangegaan in 2015 (of eerder) voor bepaalde tijd, die bijvoorbeeld afloopt medio 2016. Voor de periode tot het moment waarop deze overeenkomst eindigt geldt een overgangsregeling. Als er na deze periode een nieuwe overeenkomst wordt afgesloten of de bestaande overeenkomst wordt verlengd, vervalt het overgangsrecht vanaf die datum en dient de bezoldiging te voldoen aan de nieuwe WNT-2 normen. Dat houdt in dat als de overeenkomst al 12 maanden heeft gelopen, de WNT bedragen volgens de complexiteitsklasse-indeling toegepast moet worden. Als de overeenkomst nog géén 12 maanden heeft gelopen gelden de bezoldigingsnormen volgens dit artikel (waarbij wij verwachten dat er wel rekening gehouden dient te worden met het aantal maanden dat de interim-functie al is vervuld, bij het vaststellen of er € 24.000 of € 18.000 excl. BTW per maand betaald mag worden).
Marc Heijligers

Marc Heijligers

Wilt u reageren of meer informatie?